?

Log in

Previous Entry | Next Entry

Phaëtons tocht

 

Phaëtons tocht

 

Wat dartel, dartelde je toch

vrij, in vlinderrijke velden

zon in je ogen, zon op je huid

zon op je lief lachende snuit

wij waren Goethes schone helden

wij droomden van een rots

 

Wij leefden fier in trots!

De zon leek hoog wel stil te staan

Wij waren in elkaar verwrongen

spraken met elkaar in tongen

bevroren Zon, wij loofden u! –

 

maar u vervolgde toch uw baan

 

Kracht van zoete herinnering

loop van de wende – kans na kans

thans voel ik mij diep bedrogen

ik schouw in diezelfde ogen

met het licht boet mijn speurkracht in

naar die oude, gouden glans